Grutsk op us Greidefugels


Weidevogels horen bij het Friese landschap en hier zijn we in Fryslân trots op. De laatste jaren gaat de weidevogelstand echter hard achteruit. Als we ons samen inspannen kunnen we de achteruitgang stoppen en Fryslân weidevogelrijk houden. Dit kunnen we echter niet alleen. Hiervoor hebben we uw hulp nodig. Ook in de gangbare melkveehouderij is het mogelijk om weidevogels een plek te geven in de bedrijfsvoering.

Grutto

Geschikte broed- en foerageergebieden Grutto Broed met voorkeur in kruidenrijk en bloemrijk grasland met een hoge grondwaterstand. Voor hun voedsel zijn grutto’s met name afhankelijk van wormen in de bodem. Als de bodem te hard wordt, wegens uitdroging, kan de grutto niet meer met zijn snavel in de grond komen en zakken de worden naar de natte onbereikbare lagen van de bodem. De kans op nestsucces is het grootst als de omgeving van het nest met rust gelaten wordt: niet maaien en niet beweiden, hierdoor wordt de kans op verstoring, predatie en vertrapping vermindert. De kuikens zijn voor hun voedsel afhankelijk van insecten. Kruidenrijke graslanden met een open structuur zijn van belang voor het aanwezig zijn van insecten en als schuilplaats voor predatoren. Bij voldoende voedsel en veiligheid blijven kuikens vlakbij hun nestlocatie. De kuikens zitten liever niet in beweid grasland. Kuikens kunnen per dag korte afstanden overbruggen tussen twee stukken geschikt foerageergebied: 0 -10 dagen is dat maximaal 200m, bij 10 – 20 dagen 400m en boven de 20 dagen tot 500m.


Image

Image

Kievit

Geschikte broed- en foerageergebieden Kievit Broed bij voorkeur op vochtige graslanden met een korte (grazige) vegetatie. De kuikens foerageren bij voldoende voedsel en veiligheid vlakbij hun nestlocatie. De kuikens foerageren bij voorkeur in korte, vochtige vegetaties met een graslengte van 1 – 5 cm. Kruidenrijke vegetatie in de buurt is essentieel voor het bieden van beschutting en schuilmogelijkheden als er gevaar dreigt. Slikkige plekken (zoals plas-drassen en afgevlakte slootranden, het liefst gecombineerd met een hoog waterpeil (0-20 cm beneden maaiveld)) en natte greppelranden zorgen voor een betere overleving van de kuikens. Kievitgezinnen houden wel van beweid grasland, vanwege de afwisselende structuur.

Image
Image

Scholekster

Broed met voorkeur in vochtig, kruidenrijk grasland, in kort begraasde weilanden en op bouwland. De kans op nestsucces is het grootst als de omgeving van het nest met rust gelaten wordt: niet maaien en niet beweiden, hierdoor wordt de kans op verstoring, predatie en vertrapping vermindert. De kuikens worden de eerste drie weken door hun ouder gevoerd, met wormen en insecten(larven). De kuikens foerageren bij voldoende voedsel en veiligheid vlakbij hun nestlocatie. Geschikte foerageergebieden voor scholeksterkuikens zijn kruidenrijke graslanden: (half) lang gras met een open structuur, wat tevens dekking biedt. Ze foerageren ook op percelen met korte vegetatie. Als de rest van het perceel wordt gemaaid, bezoeken ze ook de structuurrijke(re) graslandranden. Scholekstergezinnen zij ook te vinden in beweid grasland (ongeacht de beweidingsintensiteit).

Image
Image

Tureluur

Broed bij voorkeur in vochtige, kruidenrijke hooi(gras)landen met een hoog waterpeil en natte delen zoals (grote) plas-drassen. Ondiepe sloten en vochtige tot natte greppels vormen een belangrijke aanvulling. De kans op nestsucces is het grootst als de omgeving van het nest met rust gelaten wordt: niet maaien en niet beweiden, hierdoor wordt de kans op verstoring, predatie en vertrapping vermindert. De kuikens foerageren bij voldoende voedsel en veiligheid vlakbij hun nestlocatie. Kruidenrijke graslanden en natte, slikkige plekken in of aan de randen van het grasland zijn van essentieel belang. Hier zitten veel insecten en de vegetatie zorgt voor schuilmogelijkheden. Tureluurgezinnen zijn ook te vinden in extensief beweid en voorbeweid grasland.

Image
Image

Belangrijke fasen van de Grutto, Kievit, Tureluur en Scholekster in Nederland

  • Aankomstfase: Februari – maart
  • Vestigings- en nestfase: Eind maart – april
  • Broedfase: April – mei
  • Kuikenfase: Mei – juni
  • Voorbereiding op trek: Juni – augustus 

Broed biologische gegevens per soort

  • Gemiddeld aantal eieren, compleet legsel: Meestal 4
  • Broedtijd: 22 – 25 dagen
  • Kuiken vliegvlug na: 24 – 28 dagen
  • Aantal van eileg tot vliegend kuiken: Minimaal 55 dagen
  • Nestvlieder ja/nee: Ja

Wat kunt u doen om onze weidevogels te helpen?

Zoeken en markeren van de aanwezige weidevogelnesten. Dit kan samen met de plaatselijke vogelwachter. Als deze niet aanwezig is kan contact gezocht worden met de BFVW. (info@BFVW of 0651172174/0611402591. Tijdens uw werkzaamheden kunt u dan de nesten makkelijker ontzien en een bijdrage leveren aan het laten staan van voedselstroken voor de kuikens.

Zorgplicht

Vanuit de wet Natuurbescherming hebben boeren en loonwerkers een zorgplicht voor weidevogels. Werkzaamheden op het land kunnen nadelige gevolgen hebben voor weidevogels. Daarom zijn boeren verplicht om voorafgaand maatregelen te treffen, om nadelige gevolgen voor weidevogels te voorkomen. Dus voorkomen dat nesten tijdens het maaien verloren gaan en zorgen dat er na het maaien nog voldoende schuil- en foerageergebied aanwezig zijn.

Heeft u nog vragen? Meer informatie?

Voor vragen over de campagne ‘Grutsk op ús Greidefûgels’ of het bestellen van extra nestpannen, kunt u contact opnemen met de heer Gerben Zijlstra van Cumela: gzijlstra@cumela.nl / 06 2184 2940 of met de BFVW: info@bfvw.nl / 058 250 4388.